Gemeente De Fryske Marren

Gemeente De Fryske Marren

Gaasterland
De gemeente Fryske Marren (Friese Meren) is deel van Gaasterland. In de Zuidwesthoek van Friesland ligt dit verrassend heuvelachtig landschap, met glooiende bouw- en weilanden rond brinkachtige dorpen, met buitenplaatsen en statige beukenlanen. ‘Gaast’ betekent zanderige hoogt. Het hoogste punt steekt 12 m boven NAP uit. De heuvels van Gaasterland zijn gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, toen het landijs grote hoeveelheden zand, grind, keileem en zwerfstenen uit Scandinavië meenam en hier tot heuvels opstuwde. In de laatste ijstijd raakte het overdekt met door de wind aangevoerd zand.

Klifkusten 
Uniek is de plotselinge overgang van het bos naar de ‘zee’. Omdat de Gaasterlandse kust aanvankelijk onbeschermd was, had de zee vrij spel en werd veel grond weggeslagen. Het taaie keileem van Gaasterland bood weerstand aan de golven van de Zuiderzee. Er ontstonden steile klifkusten, o.a. het Mirnser- en het Roode Klif. Nu de Zuiderzee is veranderd in IJsselmeer vindt er geen afslag meer plaats en zijn de kliffen begroeid geraakt.

Over verdwenen heide en verschenen bossen.  
Gaasterland heeft tegenwoordig een sterk besloten karakter door de vele bossen en houtwallen. Dat is wel anders geweest. De hoge gronden waren al vroeg bewoond en ontbost geraakt. Gaasterland bestond sinds de Middeleeuwen uit heidevelden, waar schapen werden geweid en plaggen gestoken. Het Rijsterbos was het eerste bos in Gaasterland; het werd in de 17e eeuw aangelegd door een rijke Amsterdammer. De rest van de heidevelden werd in de 19e en 20e eeuw beplant. Die bossen bestonden destijds grotendeels uit eikenhakhout. Uit de schors van de eiken werd o.a. looizuur gewonnen voor de leerlooierijen en voor het tanen van visnetten. De komst van chemische producten maakten looizuur later overbodig. Veel eikenhakhoutbossen werden daarna vervangen door naaldhout.

Steun ons