Gemeente Drechterland

Gemeente Drechterland

In dit gebied wordt de openheid van de polder begrensd door groen gezoomde lintdorpen, die 1 à 2 km landinwaarts liggen. Langs de dijk staan fraaie boerderijen met boomgaarden.

Kleiputten voor dijkenbouw 
Langs de binnenteen van de dijk ligt op veel plaatsen een strook van zo’n 50 m met riet, plasjes en ruigten. Dit zijn verlande kleiputten. Hier werd klei uit gehaald om de dijken op te hogen. De kleiputten hebben inmiddels hun oorspronkelijke functie verloren; het zijn echter prachtige biotopen voor planten en dieren geworden waar orchideeën, rietzangers en amfibieën voorkomen.

Het vuurtje van Leek 
Bij Oosterleek staat langs de dijk een vuurtorentje. Het is niet meer dan een ijzeren gashouder met een lamp erop, maar onmisbaar voor de scheepvaart. Al vanaf de Hanzetijd lag rondom de Zuiderzee een dichte reeks van vuurbakens. Overal stonden plateaus, waarop ‘s nachts vuren brandden. Juist als ze het hardst nodig waren, lieten de open vuren het afweten. Het hout woei van de plateaus af, of het vuur doofde door de regen. Hierin kwam pas in de 19e eeuw verbetering toen men ijzeren torentjes bouwde met gesloten koepels en draaiende lenzen. Petroleum of gas diende als brandstof. Omdat het IJsselmeer nog steeds van belang is voor de beroepsvaart doet het ‘vuurtje van Leek’ nog altijd dienst.

Windwatermolen Grote Molen uit 1603 en stoomgemaaltje 
In Schellinkhout staan twee generaties molens naast elkaar: een windwatermolen en een stoomgemaaltje. Alleen al tussen Enkhuizen en Hoorn stonden in 1825 achttien windwatermolens. Naar schatting hebben er zo’n 200 uitslaande molens langs de hele Zuiderzee gestaan. Er zijn er nog slechts twee over: deze en bij Katwoude. Vanaf het midden van de 19e eeuw verrezen stoomgemalen op plaatsen, waar watermolens stonden. Langs de Zuiderzee hebben er zo’n 70 gestaan. Ze verschillen niet veel van architectuur: een bakstenen gebouw met rondboogramen en sobere baksteendecoraties. De windmolens werkten prima, zolang er maar voldoende wind was. Met kolengestookte stoomgemalen kon onafhankelijk van de wind gemalen worden. Door de grotere maalcapaciteit verving een stoomgemaal drie of vier molens. In de 20ste eeuw raakten ook de stoommachines achterhaald, ofschoon de laatste (Nijkerk) tot 1983 dienst deed. De diesel- en elektrische gemalen deden hun intrede. De gemaaltjes werden gesloopt, kregen een nieuwe functie (wonen o.a.), of worden behouden als industrieel monument.

Steun ons