Gemeente Harderwijk

Gemeente Harderwijk

Rijke erfenis
Harderwijk bezit een rijke erfenis. Ook in het stadsbeeld kunt u tal van herinneringen uit bijna 800 jaar stadsgeschiedenis aantreffen, zoals op de Vischmarkt. De gehele historie van Harderwijk ligt besloten binnen de stadsmuren, waarvan gedeelten alsmede de Vischpoort en de Smeepoort nog altijd fier overeind staan. Al op 11 juni 1231 verleende Graaf Otto van Gelre en Zutphen stads- en marktrechten aan 'Herderewich'. De handelslui die hun zaken deden nabij het agrarisch centrum Selhorst ontvingen daarmee erkenning en stimulans tegelijk. Harderwijk groeide uit van agrarische nederzetting tot handelsplaats, die zelfs eeuwen lid was van het Hanze-verbond. Bovendien was er rond 1500 de belangrijkste vismarkt aan de Zuiderzee te vinden. In 1584 kreeg Harderwijk de provinciale munt van Gelre binnen haar muren. Van 1648 tot 1812 was Harderwijk universiteitsstad. Studenten met bekende namen als Linnaeus en Boerhaave zijn hier gepromoveerd. In 1815 werd het werfdepot geopend, al heette het toen nog 'depot-bataljon der koloniale troepen'. Door de komst veranderde Harderwijk in een garnizoenstad. De vijf kazernes die daarna nog in de stad kwamen werden de thuisbasis voor vele militairen.

Beschermd stadsgezicht en rijksmonumenten
De schilderachtige binnenstad van Harderwijk is in 1969 tot beschermd stadsgezicht verklaard en telt een kleine honderd rijksmonumenten.

De protestantse Grote of Onze Lieve Vrouwekerk is een driebeukige basiliek, deels misschien daterend uit eind 14de eeuw; het dwarsschip dateert uit de 15de eeuw. De toren stortte op 28 januari 1797 in en werd nooit herbouwd. De kerk is in de jaren 1972-1980 ingrijpend gerestaureerd, waarbij belangrijke 16e-eeuwse muurschilderingen zijn ontdekt. Een mooi bouwwerk is het voormalige St. Catharinaklooster met laatgotische kapel (1502; gerestaureerd in 1913 en 1980).

Van de middeleeuwse ommuring resteren de Vischpoort, de Smeepoort en circa twee kilometer muurfragmenten. Op de Markt staat het vroegere stadhuis, van middeleeuwse oorsprong, dat in 1837 geheel in neoclassicistische stijl is herbouwd met behoud van de raadzaal in Louis XIV-stijl (1727). Het voormalige pesthuis (einde 16de eeuw) is in oorsprong een vroeg-16de-eeuwse kapel van de Fraters. Het Linnaeustorentje is een achtkantige laat-gotische traptoren (16de eeuw, gerestaureerd in 1907) van een verdwenen stadsgebouw van de Commanderij 's-Heerenloo. Het dankt zijn naam aan een borstbeeld van Carolus Linnaeus, die aan de universiteit van Harderwijk (1647-1811) promoveerde.

Voorts staan er diverse herenhuizen uit de 17de en 18de eeuw. Ook de visserij en lakennijverheid zijn belangrijke bronnen van inkomsten geweest, terwijl de stad van oudsher een regionaal verzorgende functie vervult. Reeds in 1441 was er een Latijnse School, die in 1647 werd verheven tot Academie des Vorstendoms Gelre en Graafschap Zutphen. In de 18de eeuw zonk Harderwijk langzaam terug tot een onbetekenend stadje, maar pas in 1812 werd de hogeschool opgeheven. De sterke groei begon na de Tweede Wereldoorlog toen de industrialisatie opkwam.

Steun ons