Profiel van ErnstLeeuw

Wandelgegevens

  • Wandelen betekent voor mij Ontspanning, Buitengebied, Prestatie, Markering volgen

Beschrijving

Dit Wandelnet-lid heeft nog geen persoonlijke beschrijving ingevuld.

Logboek
Aantal km Datum Traject
23km
9 april 2007 Groningen - Zuidlaren

Pieterpad, 3e etappe Groningen – Zuid-Laren Maandag 9 april, tweede Paasdag 21 kilometer. Van hotel Tivoli in de stad naar B&B ‘Het Paard’ aan de Kerkbrink. In de loop van die dag krijg ik kiespijn. Geen echte kiespijn, maar als ik iets eet of gewoon mijn kiezen op een bepaalde manier op elkaar druk, doet die kies pijn. Het is de achterste kies rechtsboven. De verstandskies daar was er al uit, nu is de volgende pijnlijk. Dit is op de brug bij het museum. Links het station. In alle vroegte, voor Paasmaandag dan, vertrekken we uit Groningen. Het is bewolkt. We lopen via de brug bij het museum het station in en kopen daar broodjes. Buitenwijken van een stad zijn nooit zo aantrekkelijk om te lopen. Maar Groningen uit naar het zuiden, gaat snel. De route gaat een stuk langs een fraai gedeelte van het Noord-Willemskanaal. En daarna een stukje langs de A28 en vervolgens drastisch linksaf richting Haren. Nu gaan we echt de zandgronden op. Vaak word je langs de weg geconfronteerd met kunst. Zomaar een gedicht langs de kant van de weg, soms een beeld of muurschildering. Is deze mast bij Groningen langs de A28 je wel eens opgevallen? Dit is ook een kunstwerk. Onderstaande zuil, die erbij hoort, staat langs het wandelpad: Zuidlaren heeft altijd iets bijzonders voor me betekend. Mijn moeder is er geboren. In 1915. Mijn opa werkte er toen als boekhouder op de psychiatrische kliniek Dennenoord. Hoe hij daar terecht gekomen is, weet ik niet. Hij kwam zelf uit de kop van Noord-Holland, uit Schagen. Hoe lang dat gezin er gewoond heeft, weet ik ook niet. Ze woonden er ook al in 1908 toen mijn oudste tante geboren werd. De oudste van zeven kinderen. Toen ik jong was, interesseerde de geschiedenis van mijn grootouders me niet veel. En nu is er niemand meer om het te vragen. Uitgebreid over praten met mijn moeder gaat ook niet meer. Ik vroeg mijn moeder de week voor we vertrokken:“Mam, we slapen volgende week ook een nachtje in Zuidlaren, waar u geboren bent. Weet u nog in welke straat u woonde?” Ze kijkt me even aan om het tot haar door te laten dringen en dan zegt ze met een flauw lachje: “Ik was twee dat we er weggingen. Dat weet ik niet.” Ze verhuisden in 1916 of 1917 naar IJmuiden. De Hooge Heereweg. De eerste zandweg op onze route Vanaf Haren lopen we over de Hooge Heereweg, vroeger de belangrijkste noord-zuid verbinding naar de stad Groningen. We steken het reusachtige spooremplacement van Haren over en gaan door een gebied waar je zo naar toe zou willen verhuizen: rust, landelijk, dorps, karrensporen, bosschages en vogelgekwetter. Maar ja, wel ver van zee. Veel te ver van zee voor mij. Ik ben een zeemens. Zo af en toe moet ik de zee horen en ruiken en op een bankje of duin zittend de horizon willen verkennen. En ’s zomers zwemmen in zee natuurlijk, op het mooiste strand van Nederland. Als het zeewater koud is en het zand warm. De smaak van het zoute zeewater op de lippen. Krijsende meeuwen. De altijd aanrollende golven. Het simpele landschap, ruimte, uitzicht en veel horizon. Nee, toch maar niet verhuizen naar de Onner Esch. Er is een man zijn laadbakje aan het laden met openhaardhout. “De winter is voorbij, hoor.” Roep ik naar hem. “Dit is alweer voor de volgende winter. Tenminste als die nog eens komt.” Roept hij terug. We lopen nu met meerdere Pieterpadlopers op kleine afstanden. We komen er ook tegen. Zij lopen naar Pieterburen. Tot het eerste hunebed bij Midlaren lopen we min of meer gelijk op. Vanaf daar lopen we rechtstreeks op Zuidlaren af. 'Het Paard' aan de Kerkbrink in Zuidlaren. Een bijzonder B&B adres. Achter het raam links naast de voordeur was onze slaapkamer. De twee ramen rechts is de 'huiskamer'. Een prima adres om een paar dagen vanuit Zuidlaren en omgeving te bezoeken. “We zijn nog een beetje te vroeg om ons al bij ‘Het Paard’ te melden.” Zegt Dineke. “We zouden om een uur of vijf aankomen. Laten we eerst wat drinken” Ik voel me intussen steeds minder fit en heb niet eens trek in een tapbier. En als ik daar geen trek in heb klopt er iets niet. Die rotkies verprutst mijn humeur. We drinken thee op de Brink en lopen om een uur of vijf naar ‘Het Paard’. ‘Het Paard’ is op de Kerkbrink. Tegenover de kerk. Het is een 18e eeuws pand met vier tweepersoonskamers. De eigenaars wonen er niet. Zij zijn zelfs niet aanwezig als we aankomen. Zij heeft haar vader ingeschakeld, die de gasten van die dag ontvangt. Een me aan Donald Jones doen denkende blanke man doet gastvrij en uitnodigend open. Hij vindt het leuk om te doen, babbelt honderduit over het systeem van B&B, zijn kinderen en hun idee. Hij laat ons de vertrekken zien waar we slapen en ontbijten en somt de mogelijkheden op van ‘Het Paard’. ’s Morgens vroeg zet de eigenaar het ontbijt klaar en vertrekt dan weer, zonder zich te laten zien. Weer een heel nieuwe manier van B&B-voering. Als we betaald hebben is hij snel verdwenen. Alleen de gasten blijven achter in ‘Het Paard’. Naast ons nog drie echtparen. Drukke mensen, luid praten en een beetje rommelig. Ik heb geen zin met ze in gesprek te gaan. Een had er zelfs haar breiwerkje mee. “Wat breit u?” Nee, daar had ik geen zin in. Stel je voor ze begint over haar kleinkinderen. We eten in een restaurant aan de Brink. Ik probeer nog een biertje. Maar dat smaakt niet. Ik kan trouwens maar aan één kant kauwen. “Smaakt het niet?“ vraagt Dineke. “Jawel hoor, prima eten, maar ik moet me er meer op concentreren pijnloos te eten, dan dat ik er van geniet. Morgen ga ik een tandarts opzoeken.” Zeg ik tegen Dineke. “Het wordt steeds beroerder.” We gaan op tijd naar bed en met twee paracetamolpillen slaap ik snel in. Als ik ’s nacht wakker wordt en mijn kies voel maak ik zoetjes aan plannen met de wandeling te stoppen en de volgende dag naar huis te gaan. Dit is zonde. Kom op Dineke, nog 447 km. Redden we wel hè? Sterker nog: Ik kijk er naar uit. Meisjes op pony's en paardjes. Ik liep een stukje met ze op. Ik liep net zo hard als hun paard. Ik praatte wat met ze en vroeg of ze het leuk vonden. Dat viel tegen. Op een gegeven moment stond er zelfs een huilend naast haar pony en anderen mopperden dat ze zo hard aan de teugels moesten trekken. Meisjesleed. Op deze man en zijn groepje liepen we langzaam in. Die rugzak schoof steeds weer naar rechts en dan gaf hij hem weer een duwtje. Zijn vrouw had vast gezegd: 'Moet je geen andere rugzak langzamerhand?' 'Nee, deze bevalt prima.' "Jij bent toch ook verknocht aan dat blauwe rugzakkie van je?' had Dineke gezegd, toen ik een opmerking maakte. 't Is wat, kiespijn hebben en lik op stuk krijgen.

20km
8 april 2007 Winsum - Groningen

Pieterpad, 2e etappe Winsum – Groningen Paaszondag 8 april. Vandaag lopen we van Winsum naar de stad Groningen, 18 kilometer. In Winsum is het prachtig weer. In de huiskamer maak ik mevr. Mulder complimenten over haar mooie tuin en met de weldadig gedekte ontbijttafel. Ze incasseert ze met een tevreden glimlach. Wij gaan ontbijten en mevr. Mulder gaat douchen. Als we klaar zijn met ontbijten schuift mevr. Mulder nog even aan en vertelt over haar katten en haar B&B-werk. In de gang bij het vertrek geeft ze nog een tekening mee met een alternatieve route van Garnwerd naar Wierumerschouw. En ze vertelt dat die alternatieve route mooier en weliswaar iets langer is, maar prettiger is om te lopen dan de officiële route, die veel langs een weg met autoverkeer voert. Een controleur van de route had eens bij haar geslapen en zij had hem van het alternatief verteld. Hij had het gelopen en was ook tot de conclusie gekomen dat het alternatief beter was. Hij zou zich sterk maken om de route aan te passen, had hij haar beloofd. Later hoorde ze van hem, dat de dames die het Pieterpad ontworpen en gerealiseerd hadden, Toos Goorhuis en Bertje Jens, niet akkoord waren gegaan met de wijziging. Het is hun pad, zij hebben het ontworpen en alleen als het niet anders kan, mag de route aangepast worden. Zoals een kunstenaar of architect die zijn werk, zijn idee, beschermt. Er valt iets voor te zeggen. Jij hebt het bedacht en ontworpen en een ander zal het wel even ‘mooier’ maken. Nee dus. Dat neemt natuurlijk niet weg, dat je wel voor het alternatief kunt kiezen. En dat deden wij. Deze Paaszondag was ook de ochtend van de alleen fietsende mannen. Tussen Winsum en Garnwerd werden we achterop gereden door een vrij oude man, muts op en een gangetje van ca. 6 km per uur. We groetten elkaar en ik zei tegen Dineke: “Hij gaat koffie drinken bij z’n zuster in Garnwerd, en dan zegt ie tegen zijn zuster: ‘Er liepen weer veel wandelaars’ en dan zegt zijn zuster: ‘Ik weet niet wat die mensen bezielt’ ‘Ach’, zegt die man dan weer ‘Het is best lekker wandelweer’”. Een slag in de ruimte, maar onweerstaanbaar om het te bedenken. Lang zagen we hem een stuk voor ons over de bochtige weg Klein Garnwerd richting Garnwerd gaan. Garnwerd ligt aan het Reitdiep. We zagen de molen, de brug, wat masten van schepen en café Hammingh van Garnwerd langzaam op ons afkomen. Links en rechts van Garnwerd was de horizon weer ononderbroken. Op het terras van café Hammingh, in de zon zaten meer Peiterpadlopers. Op bijna elk tafeltje lag wel het groen boekje. “Kijk, daar zit die oude man van net ook.” Duidde Tineke voorzichtig met haar hoofd. Hij werd net bediend en kreeg een glas wijn en een tosti. Muts op. Terras Hammingh was een ideale plek om Paaszondagochtend te vieren. Rust, rust, een zonnetje, wat keuvelende mensen, een prettige bediening, koffie met een appelpunt en een ruim uitzicht over het Reitdiep en het achterliggende land. Vanaf Garnwerd liep de alternatieve route aan de andere kant van het Reitdiep. We zouden het kerkje op de grotendeels afgegraven wierde van Oostum missen, maar het was ook goed te zien vanaf de andere kant van het Reitdiep, had mevrouw Mulder gezegd. Op het fietspad weer alleen fietsende oudere mannen. Een korte groet of een knikje. Op de Wierumerschouwsterweg vlak bij Wierumerschouw kwamen we er een voor de tweede keer tegen. “Hé, een oude bekende. Goede middag.” Hij stapte af en beklaagde zich aanvankelijk over de wind die hij tegen had, maar roemde de zon, en de ruimte van zijn Groningen. We spraken over horizonvervuiling en opdringende industriegebieden. Hij stotterde een beetje. “En dan zie ik ze weer met van die driepoten land meten en dan zie ik ze piketpaaltjes slaan en dan, en dan…” Hij kwam er slecht uit. “En dan houd je je hart vast.” Hielp ik hem. “Precies, precies.” En hij wees naar me met twee kromme vingers van het jarenlange aardappelrooien. “Precies, dan houd je je hart vast. Wat gaan ze nou weer doen.” Nadat we onze bezorgdheid gedeeld hadden stapte hij weer op, richting de stad Groningen, waarvan de buitenste bebouwing al te zien was. Opeens zomaar een kerkhofje. Kan ik niet laten te gaan kijken. Beetje rondkijken. Opschriften lezen. Namen zien en even stilstaan bij verse graven. Opeens zo maar een kerkhofje op een wierde langs de Paddepoelsterweg. We staken het Van Starkenborghkanaal over, liepen een soort park in en langs het crematorium, daarna onder de ringweg door Groningen in. De route liep door het lange Noorderplantsoen en via Reitdiepskade en Hoge der A, Vismarkt naar het Gedempte Zuiderdiep. Daar was ons overnachtingadres: Hotel Tivoli. We knapten ons wat op en gingen de stad in. We belandden in een Grand Café aan het Gedempte Zuiderdiep. Druk, en een lekker biertje. Het café bleek sinds kort nieuwe uitbaters te hebben, die vriendelijk hun best deden en voor iedereen een hartelijk woordje hadden. Daarna Mexicaans gegeten, waar ik er achter kwam, dat ‘con carne’ ‘met rundvlees’ betekent. Nog even over de Grote Markt en de Vismarkt gelopen. Toen weer Tivoli opgezocht.

11km
7 april 2007 Pieterburen - Winsum

Pieterpad 1. Pieterburen-Winsum Toen we in Pieterburen bij de molen “De Vier Winden” rechtsaf de Oosterweg op liepen en het weidse Groningse landschap zich in volle zonnige glorie opende, dacht ik meteen weer aan mijn reden om het Pieterpad in Maastricht te beginnen: Vanuit Maastricht, naar het noorden lopend, zouden we met de zon in de rug een beter, helderder en kleurrijker uitzicht over het landschap vóór ons hebben en niet zo tegen de zon in hoeven turen. Dat was een goede reden. Na ervaringen met vorige wandelingen, stond ons besluit vast: We beginnen in Maastricht. Dat is het beste. Maar alles gaat altijd anders. Nu liepen we dus toch van noord naar zuid, van Pieterburen naar Maastricht. De zon stond recht op ons voorhoofd en met de wind in de rug en de zon in het gezicht, stapten we het wereldje van het Pieterpad binnen. “Lekker zonnetje”, zei ik. Er waren wel zo’n twintig wandelaars vertrokken vanmorgen, had de uitbater van “Het Wapen van Hunsingo” verteld. - Tineke en ik hadden daar onze eerste koffie met een appelpunt gegeten. "Waar was dat ook alweer waar we een appelgebakje met mes en vork kregen?" vroeg ik haar, met mijn vorkje een stukje appelpunt afstekend. "In Heiloo" antwoordde ze meteen, "Naast het winkelcentrum 't Loo. Op het terras. Dat was een lekkere punt. Met slagroom"- En inderdaad, we waren niet de enigen die die dag uit Pieterburen waren vertrokken. Een paar honderd meter voor ons liep een tweetal en een paar honderd meter achter ons liep ook een tweetal. We passeerden de brug over de Westernielandstermaar, de dorpen Eenrum en Mensingeweer en langs het Mensingeweersterloopdiep en het Winsumerdiep naar Winsum. Op het pleintje van Eenrum, naast de kerk, hebben we wat in het zonnetje gezeten, wat gedronken en wat gegeten. Naar mevr. Mulder, het B&B adres voor de nacht van zaterdag op zondag. Pasen. Het stuk van Pieterburen naar de stad Groningen had ik zowel gevreesd als naar uitgekeken. Want toen we de overnachtingadressen in Winsum en Groningen boekten, hadden we nog geen idee wat voor weer het zou zijn op Paaszaterdag. Begin april kan koud, nat, winderig en onaangenaam zijn. Het platte land van Groningen kan het je dan moeilijk maken. Daar had ik voor gevreesd. Maar nu niet. Het ontving ons gastvrij, gaf een matig windje in de rug, verwarmde met de zon onze voorkant en de eerste elf kilometer naar Winsum was als een zondagmiddagwandelingetje. De ruimte en de vergezichten waren een genot. Het altijd bewegende gras, het geluid van grazende koeien aan de andere kant van de sloot en het kerktorentje van Winsum dat langzaam dichterbij kwam. Op het overvolle terras van de Gouden Karper aan het pleintje in Winsum bestelde ik twee bier. “Een gewone of een Amsterdammertje?” vroeg de man die liep te bedienen. “Twee Amsterdammertjes graag”. Op de twee vrije stoeltjes aan ons tafeltje streek een nog ouder echtpaar neer. Misschien verbeeld ik het me, maar mijn vooroordeel over de Groninger werd onmiddellijk bevestigd. De man stak meteen gezellig van wal. Vertelde honderduit en was ook geïnteresseerd in ons. Vroeger had hij een koeriersbedrijf en hij vertelde wat anekdotes en hoe het toen zonder mobiele telefoons en computers toeging. Groningers praten graag. Vooral de wat oudere mannen. Het adres van mevr. Mulder in de schimmelwijk van Winsum was even zoeken. Een prima adres, semi-professioneel ingericht op Pieterpadters, een goed ontbijt en acht katten in en om het huis. De kamers op de bovenverdieping hadden alle drie een nummer, er hingen notities bij de zwenkkraan in de badkamer en bij het luchtverfrissingsapparaatje naast het toilet, met aanwijzingen hoe te gebruiken. Na een bezoek aan de plaatselijke Chinees en nog een kleine wandelingetje door Winsum, kropen we onder de wol. "Ik vind mevr. Mulder wel aardig" zei Tineke. "Ik ook hoor, ze heet trouwens ook Dineke, weet je dat? Nou welterusten." "Nee dat wist ik niet, slaap ze." Op het kussen onder het raam van de slaapkamer bij mevr. Mulder staat een gedichtje van Bert Schierbeek: Hoe, Als je je, met zorgloosheid, kon omringen, en dat dat, je ruimte was

54km totaal
Steun ons