Arie de Jong neemt afscheid als voorzitter van Wandelnet.

Arie de Jong werd in 2004 voorzitter van Wandelnet en neemt na 13 jaar afscheid.

Arie, ben je een 'van het begin tot eind' of 'een stukje hier en een stukje daar' wandelaar? En wat is de top drie van je bucketlist? 
Ik heb wel een stuk of zeven routes helemaal gelopen en aan een stuk of vier ben ik bezig. Ik heb een hekel aan begrippen als “bucketlist”, niet alleen omdat ik een hekel heb aan het totaal overbodig gebruik van steenkoolengels, maar ik heb niets op met een soort verlanglijst voordat je dood bent. Ik heb wel het plan het vernieuwde Zuiderzeepad te lopen.

Is de positie van vrijwilliger in al die jaren veranderd?  
Het leuke en het vervelende van de toekomst is, dat die zo slecht te voorspellen is. Ik ben niet voor niets een aanhanger van (helaas in het Engels!) 'the science of muddling through'. Je hebt wel een globaal idee van de richting waarin je gaat, maar je zet stapjes vanuit het heden. Of het werk van onze vrijwilligers op korte termijn verandert, ik denk het niet. Een steeds grotere groep vrijwilligers houdt zich met andere dingen bezig dan het beheren en onderhouden van routes, maar dat moet ook gebeuren.

Hoe dan ook, ik vind dat de invloed vanuit de vrijwilligers op de gang van zaken bij Wandelnet goed geborgd moet zijn. We zijn er voor en door de wandelaars, en de vrijwilligers vormen daarin de vooruitgeschoven post van de wandelaar.

Wat waren de memorabele gebeurtenissen tijdens je voorzitterschap?  
Het meest gedenkwaardig vind ik zelf de geleidelijke verandering die Wandelnet heeft gekend, juist niet een “gebeurtenis”. Van een wat onduidelijke positie als platform van andere organisaties naar DE Nederlandse organisatie voor het recreatief wandelen. Daarin spelen de landelijke en regionale routes nog steeds een hoofdrol, maar de aandacht is verbreed naar de belangenbehartiging voor de wandelaar en het wandelen, naast een betere balans tussen aandacht voor de wandelaar, voor de wandelinfrastructuur en het routenetwerk.

Natuurlijk zijn er ook een paar gebeurtenissen geweest die me erg hebben bezig gehouden. Al weer een jaar of tien geleden was dat het sluiten van het contract tussen de Rijksoverheid en de Provincies over de financiering van investeringen in het landelijk gebied, want dat betekende voor ons eindelijk echte erkenning en budgetfinanciering. Helaas is dat, vooral door de idiote bezuinigingen van het kabinet Rutte I, weer verloren gegaan.

Als voorzitter ben je natuurlijk nogal organisatorisch bezig, dus wil ik er twee noemen op dat vlak. De ene is de fusie met de KWBN die niet doorging. Toen de twee wandelsportbonden fuseerden tot de KWBN, deden ze dat met een ambitie die ons erg aansprak. Dus zeiden we: zullen we meedoen? Daar hebben we lang aan gewerkt. Af en toe liet ik weten dat er een zwaar beroep werd gedaan op mijn incasseringsvermogen. We zagen echter het belang van de wandelaar, als we er goed in zouden slagen tot één sterke wandelorganisatie te komen. Door personele wisselingen bij de KWBN kwamen afspraken weer op losse schroeven te staan. We hebben toen, met tegenzin, het fusieproces gestopt.

Het tweede is de geleidelijke organisatorische kanteling van Wandelnet. Het was dus eerst een soort platform van andere organisaties. Stap voor stap is de oriëntatie van Wandelnet verschoven van die organisaties naar de wandelaars. Die staan nu voor ons voorop en we hebben ons los gemaakt van andere organisaties, waarmee we uiteraard wel goed willen blijven samenwerken.

Kende je voorzitterschap ook dieptepunten, hoort het niet doorgaan van de fusie met de KWBN daarbij?  
Als je meer dan dertien jaar voorzitter bent, dan komen ook teleurstellingen langs. Dat was onder meer die mislukte fusiepoging met de KWBN. Voor onze kleine organisatie was het ook behoorlijk ingrijpend dat we in roerige tijden afscheid moesten nemen van de vorige directeur.

Wat ook een beroerde tijd was: het imploderen van de ILG-financiering, een jaar of vijf geleden, toen we voor het merendeel van de subsidies geheel aangewezen raakten op de provincies. Die werkten vervolgens niet meer samen. Ik gun ze hun eigen autonomie, maar voor een landelijk opererende organisatie is dat vreselijk. Onze financiële postie is toen gekelderd, maar met enige veerkracht van het bureau en regionale belangenbehartigers hebben we dat kunnen compenseren met projecten. Ook de Rijksoverheid kwam weer in beeld, maar of dat duurzaam is moet nog blijken. 

Wat zijn de uitdagingen voor Wandelnet in de komende jaren?  
Het blijft een permanente uitdaging of we uit opdrachten, subsidies en donaties voldoende middelen bij elkaar sprokkelen om ons werk te doen.

Net zo permanent is de uitdaging om de belangen van wandelaars goed op de kaart te zetten. Hoewel wandelaars ook geld uitgeven, is het natuurlijk wel een zuinige bezigheid. Iedereen vindt wandelen goed, leuk en gezond, maar het is allemaal te vanzelfsprekend.

Als derde noem ik dat de wensen van wandelaars zich geleidelijk ontwikkelen en de kunst is om daar goed op in te spelen. Ooit zorgden we voor routes, gingen die markeren en verkochten boekjes. Daar red je het al lang niet meer mee. We zijn tijdig begonnen met een website waarop veel mogelijk is, maar ook dat volstaat niet meer. Het is een uitdaging op dat vlak bij de tijd te blijven.

Hoe wordt je opvolger benoemd?  
Er is nu een kleine commissie die de taak heeft om voor mij en twee andere bestuursleden een opvolger te vinden. Het huidige bestuur beslist uiteindelijk op basis van een voordracht. We zoeken in de eerste plaats onder de vrijwilligers die nu met Wandelnet verbonden zijn, maar voor de voorzitter kan het ook een nieuw gezicht zijn, met een bestuurlijk netwerk.

Wat wil je je opvolger meegeven?  
Mijn opvolger, man of vrouw, moet doordrongen zijn van het motto dat Wandelnet er voor en door de wandelaar is. Verder wens ik mijn opvolger veel succes.

Aftredend voorzitter Wandelnet Arie de Jong

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Britta Schmidt

Steun ons